Een trilogie over de Hunsruck

Een e-book over de Hunsruck

Boek over de Hunsruck

Dit is nou echt goed nieuws. Ja echt. Mijn baasje en Conny maken een geweldig (e-)boek over de Hunsruck. En weet je wat nou zo bijzonder is? Als je Hunsruck letterlijk vertaald betekent dat Hondsrug. En wie kan er nou zeggen dat hij op de hondsrug woont. In alle bescheidenheid kan ik wel zeggen dat ik geen betere naam voor dit gebied had kunnen verzinnen. Het is echt een paradijs voor mij en mijn vriendinnen en vrienden. We kunnen hier zo vanuit de tuin het bos in. Geen riem. Geen auto’s, fietsen, massa’s mensen. Nee, puur natuur met de heerlijkste geuren. van reeën, zwijnen, hazen, wilde katten en mijn favoriete geur: die van lijken. Ja dat klinkt misschien luguber maar het zijn gewoon restanten van dieren die dood gegaan zijn. En ik verzamel dan de botten, poten, schedels. En daar kan Conny dan weer soep van trekken.

Als je trouwens op de kaart kijkt snap je ook waarom dit gebied, omringd door de Rijn, Nahe, Saar en Moezel), Hondsrug heet. Ik zie er duidelijk de rug van een hond in, niet mijn rug, want dit is de rug van een lui liggende hond die zich uitstrekt tussen de vier rivieren.

Dat mijn baasje en Conny toevallig gek op honden zijn, is niet de reden waarom ze dit boek willen maken. Ze zijn net als ik ook gek op de Hunsruck en willen hun liefde voor dit gebied, de schoonheid, rust en (culturele) rijkdom met iedereen delen die daar voor open staat. Mijn baasje vertelt graag verhalen van vroeger en Conny is een beeldend kunstenaar die niets liever doet dan schilderen. En nu hebben ze bedacht dat het veel leuker is om samen een boek te maken, net zoals ik het leuker vind om in een roeldeltje te leven dan alleen.

Ze kletsen wat af over het boek en zo hoor ik nog wel eens iets.
De Hunsruck is geen paradijs, klets mijn baasje uit haar nek. Ze moet zo nodig weer een kritische noot kraken. Zonder zwart geen besef van wit, hoor ik haar dan wijsneuzerig zeggen. En zo blijft ze zich verbazen en opwinden over het gemak waarmee de natuur gesloopt wordt. Volgens mij is er echter nog genoeg om lekker tegenaan te plassen, maar daar is mijn baasje het niet mee eens en ook Conny geeft haar daarin tot mijn ongenoegen gelijk.

‘Wie in een ‘groene overvloed’ leeft realiseert zich vaak niet wat het betekent om bomen te kappen, hele leisteengroeven op te blazen en daarmee schitterende stukken natuur te reduceren tot kale plekken en diepe gaten.


En niet alleen de groene overvloed moet er aan geloven:

‘Wie in historische overvloed leeft vindt het vaak geen probleem om prachtige vakwerkhuizen te vervangen door, in onze ogen, foeilelijke moderne bungalows, om oude molens, de laatste resten van kastelen, overblijfselen uit de pre-historie, te laten vervallen of gewoon af te breken. Om huizen midden in verstilde weiden te bouwen, wegen aan te leggen waar nauwelijks verkeer is, om maar door te gaan met vlees te consumeren, koeien slechts te zien als handelswaar, evenals zwijnen, reeën en ander wild dat niet beschermd is tegen de jacht, zoals gelukkig in steeds meer Nationale Natuurparken in de Hunsrück wel het geval is.’

E-Book

Als je nou nog zin hebt om het eerste deel van het boek over de Hunsruck te lezen raad ik je aan mijn blog te verlaten naar naar de website van Conny te gaan. Zij schept altijd op dat die er zo mooi uit ziet en dat je er alles op vindt dat haar leven inde Hunsruck de moeite waard maakt. Dus ook het maken van de Hunsruck-Trilogie. Een boek in drie delen, waarvan ze zowel een echt boek willen maken (maar dat kost veel geld) en een e-book.
Als je hier op klikt dan kom je vanzelf op haar website. Veel plezier en een pootje van mij.